Benieuwd waar KOOS voor gaat?
In dit jaarbeeld blikken we terug op onze speerpunten en laten we zien waar wij door geïnspireerd raken.
Veel plezier!

Het aantal Nederlandse jongeren dat worstelt met hun mentale gezondheid blijft groot. Recente onderzoeken geven zelfs aan dit aantal toeneemt.1 Parallel zien we dat de vraag naar jeugdhulp hoog is. Niet alleen voor hulp aan kinderen en jongeren met mentale problemen of die vastlopen op school, thuis of online. Ook voor ouders die worstelen met de opvoeding en zich zorgen maken over de kansen van hun kinderen om goed deel te nemen in de maatschappij. Tot nu toe groeit de jeugdhulp mee met de vraag, maar we komen op een punt waarop we ons af moeten vragen of een stijgende vraag automatisch tot meer jeugdhulp moet leiden. We staan op de grens van wat haalbaar is qua groei. Tegelijkertijd zijn de signalen die jongeren en ouders afgeven serieus. Het is cruciaal dat we als samenleving dieper ingaan op de onderliggende factoren van deze groei en deze signalen serieus nemen. Dit vraagt een gezamenlijke verantwoordelijkheid van ons allemaal, zodat we kunnen werken aan de essentiële verbetering van de omstandigheden waarin kinderen en jongeren opgroeien.2 De jeugdhulp staat voor de uitdaging om haar aanpak hierop aan te passen: kleiner in omvang, maar groter in impact.

… naar de jeugdhulp van morgen

Het goede nieuws is dat we zelf bepalen wat de norm is en deze dus ook kunnen verruimen. Onze kijk op mentale gezondheid evolueert eveneens met de tijd mee. Bovendien groeit buiten de jeugdhulp de roep om een breder perspectief dan alleen het individuele kind, jongere, ouder en/of gezin. Eind 2023 heeft de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving hierover een waardevol advies uitgebracht, getiteld “Kinderen uit de Knel”. Uiteindelijk bereiken we meer wanneer we daadwerkelijk rekening houden met de omgeving, de context en de levensfase. En op basis daarvan een realistische verwachting vormen van wat kan veranderen, wie daarbij betrokken kan zijn (breder dan jeugdhulp) en hoe we kunnen leren accepteren dat er zaken zijn waar we mee om moeten leren gaan. Op die manier doen we ook meer recht aan diversiteit, in plaats van iedereen zoveel mogelijk binnen de smalle, maatschappelijke norm proberen te laten vallen. Dit heeft ook implicaties voor wat we kunnen verwachten van jeugdhulp. Niet voor elk probleem is een oplossing, hoezeer we ook gewend zijn aan onmiddellijke beschikbaarheid en maakbaarheid in onze samenleving. Desalniettemin is er ondersteuning om gedrag, gevoelens en gedachten te begrijpen in relatie tot de context, om te leren hoe hiermee om te gaan, ze te leren accepteren en waar mogelijk te veranderen. En, niet onbelangrijk, er is ondersteuning om dit niet alleen te hoeven doen. Net zoals het veranderen van de norm een collectieve inspanning is, is ook de hulp bij hedendaagse vraagstukken een samenwerking met belangrijke anderen in iemands omgeving en organisaties in de wijk.

Van de jeugdhulp van vandaag…

Terwijl de gezondheidszorg steeds meer aandacht besteedt aan omgevingsfactoren3 die van invloed zijn op de (collectieve) volksgezondheid, blijft de dominante benadering binnen de jeugdhulp gericht op het individu. We richten ons op de specifieke problemen van een individu of gezin en verwachten een oplossing die hen in staat stelt zelf, als gezin of als belangrijke andere in de omgeving, verder te gaan. In een samenleving die draait om maakbaarheid, snelheid en prestatie lijkt dit logisch4. Maar hiermee verliezen we het belang en de invloed van omgevingsfactoren op gevoel en gedrag uit het oog, en daarmee de beperkingen van maakbaarheid. Denk aan de negatieve impact van sociale media5 6 7, grote klassen en de ontwikkelingen binnen het onderwijs8 en kinderopvang9, de ontgroening van onze fysieke leefomgeving10, of bestaanszekerheid11. Bovendien wordt een probleem met mentale gezondheid vaak geframed als een ziekte of stoornis12, terwijl het ook een normale reactie kan zijn op een abnormale situatie of een passend gevoel of gedrag bij een bepaalde levensfase13. Tel daarbij op dat we de norm14 als maatschappij steeds smaller stellen, en we hebben een deel van de verklarende factoren van de groeiende vraag naar jeugdhulp in beeld.

Als organisatie voor aanvullende jeugdhulp hebben we de verantwoordelijkheid om passende hulp te bieden aan kinderen, gezinnen en jongeren, aanvullend op partijen die je als ouder en kind bij het opgroeien en opvoeden tegenkomt, zoals een huisarts, de jeugdgezondheidszorg en het buurtteam. We weten dat de huidige manier van werken in de zorg15, en dus ook in de jeugdhulp16, niet houdbaar is in de toekomst. Het aantal kinderen, jongeren en ouders dat met iets worstelt waarvoor ze hulp vragen aan de jeugdhulp ligt landelijk inmiddels rond de 15%. We moeten anders kijken naar mentale gezondheid én zoeken naar manieren om meer impact te maken met minder middelen.

We werken in Utrecht in een gunstige context. Het denken en werken in ketens in plaats van in netwerken wordt landelijk als één van de oorzaken benoemd van de druk op onder andere de jeugdhulp17. Dat we in Utrecht werken in netwerken in de wijk, betekent dat we al goed op weg zijn als het gaat om samenwerking en gedeelde verantwoordelijkheid18. Daarnaast zien we bij KOOS verschillende kansen om op ándere, toekomstbestendige manieren onze rol te vervullen.

Voor de (jeugd-)hulp van morgen hebben we dus niet alleen de verantwoordelijkheid om kwalitatieve hulp te blijven bieden, maar ook om dat op een manier te doen die:

In dit jaarbeeld van 2023 staan al een aantal voorbeelden van hoe KOOS werkt aan een andere, toekomstbestendige jeugdhulp. Neem bijvoorbeeld ons project Nest in Vleuten, dat in 2023 vorm heeft gekregen. Hier is een plek ontstaan voor kinderen en jongeren om op te groeien en zich te kunnen ontwikkelen in een steunende omgeving van formele én informele hulp. Daarnaast lichten we je met onder andere een filmpje toe hoe we steeds meer toe bewegen naar groepsgerichte manieren van hulp. Dit doen we binnen KOOS, maar ook samen met onze partners. In deze groepen leer je van elkaar en is er de mogelijkheid om contact te leggen met anderen. In een ander voorbeeld is te lezen hoe we er als KOOS ook steeds meer voor willen zorgen dat gezinnen en jongeren thuis, steeds meer zelfstandig19 aan de slag kunnen met behulp van e-health20 21.

Bij al deze ontwikkelingen blijven we focussen op kwaliteit, een goede samenwerking tussen jongere/ouder en zorgprofessional, en de verdere doorontwikkeling van ons vakmanschap. In een verdiepend interview in dit jaarbeeld gaan we in op hoe we blijven leren van hoe we samenwerken met gezinnen, wat cruciaal is voor een duurzaam effect van een hulptraject.

Op het gebied van ons vakmanschap hebben we in 2023 veel stappen gezet in de vorm van ons denk en doekader: ons houvast voor de manier waarop we werken. Oog hebben voor de omgeving en de levensfase en niet enkel voor het individu is daar een belangrijk onderdeel van. Dit merken kinderen, ouders en jongeren onder andere bij de start bij KOOS, tijdens de zogenaamde beeldvormingsfase. We hebben hiermee mooie stappen gezet waar we in 2024 verder op door gaan ontwikkelen. Zo creëren we ruimte en focus voor de vraagstukken van kinderen, jongeren en ouders waar we als KOOS veel voor kunnen betekenen. Waar onze expertise van groot belang is voor gezinnen, bijvoorbeeld bij de behandeling van een trauma of het helpen doorbreken van vastgelopen gezinsinteracties. Er zijn veel uitdagingen in het huidige jeugdhulpveld, maar we hebben er vertrouwen in dat we met deze koers bouwen aan de jeugd(-hulp) van morgen.

Vanuit deze visie hebben we in 2023 ingezet op:

Collectief werken

Samen met onze partners in de stad ondersteunen we kinderen, jongeren en ouders bij veelvoorkomende vraagstukken over opgroeien en opvoeden. Denk aan somberheid, scheiding, identiteit en uitdagend gedrag. Je bent nooit de enige die worstelt. Daarom brengen we ouders, jongeren en kinderen bij elkaar. Hierdoor ervaren ze dat anderen dezelfde soort vragen hebben. Hun vragen en behoeften zijn het vertrekpunt. Ze leren van elkaar, gaan samen op zoek naar passende oplossingen. Ervaringen delen zorgt voor zelfvertrouwen, minder stress en eenzaamheid.

Samen met onze partners in de stad, zoals de JGZ, JoU, Dock en Lokalis, omarmen we deze beweging die we collectief werken noemen. Collectief in de zin van samenwerken, in de zin van collectief beschikbaar stellen van informatie, in de zin van mensen samenbrengen in groepen. We bundelen onze krachten door samen groepsaanpak te organiseren op vragen die leven in de wijk en waarin onze aanvullende expertises samen goed tot zijn recht komen. Een voorbeeld hiervan is de BuKoJou groep. Naast dat we groepen ontwikkelen in samenwerking met anderen, geven we de hulp binnen KOOS ook vaker in de vorm van een groep vorm. Onze ervaring tot nu toe leert dat veel ouders en jongeren het fijn vinden om ervaringen te kunnen delen, begrip te vinden bij elkaar en te leren van anderen. We zien ook dat er meer creativiteit ontstaat om met dingen om te gaan dan uit één op één gesprekken. Ook ontstaan er verbindingen tussen mensen die ook na de betrokkenheid van KOOS doorlopen en ondersteunend zijn.

Groepsgericht werken in Utrecht

Inzet e-health

KOOS heeft afgelopen jaar uitgebreid de digitale inzet binnen de zorg verkent. Denk aan het gebruik van digitale dagboeken en zelfhulp- en psycho-educatiemodules als onderdeel van de behandeling. We geloven dat de inzet van e-health ervoor zorgt dat we meer jongeren en ouders snel kunnen helpen en hen faciliteren om ook thuis zelf aan de slag te gaan. Op deze manier kan je aan de slag met delen van de behandeling op het moment dat het jou uitkomt. Bovendien kun je zo sneller starten, en kunnen wij meer gezinnen tegelijk hulp bieden. We zijn samen met collega’s in ons team in De Meern gaan kijken bij welk type vragen ouders en jongeren online modules het meest helpend vinden. Vanuit daar hebben we een aantal onderwerpen gekozen waarbij we passende online modules hebben geselecteerd. Deze modules zetten we nu vaker in, en bij positieve ervaring zullen we dit komend jaar bij heel KOOS standaard inzetten als onderdeel van onze manier van werken. 

Hoe werkt KOOS met e-health

Ons vakmanschap

De samenleving verandert continu, KOOS beweegt mee. We blijven investeren in ons vakmanschap. Zodat we blijven doen wat voor kinderen, jongeren en ouders belangrijk is. Om te zorgen dat onze hulp aansluit en hen ook echt verder helpt. We zien als KOOS een enorme kracht en meerwaarde in het voortdurend en frequent evalueren van lopende én afgeronde trajecten. Met het gezin, met elkaar als collega’s en met de partners waar we mee samenwerken.

Met de pilot FITS zijn we in 2023 met 10 systeemtherapeuten gestart om op een hele gerichte manier met ouders en jongeren tijdens elk gesprek de onderlinge samenwerking bespreekbaar te maken en bij te stellen. Dit doen we omdat we uit onderzoek en ervaring weten dat de klik en de onderlinge samenwerking zeer bepalend zijn in de effectiviteit van de hulp en de tevredenheid van ouders en jongeren.

KOOS
focust

Wij geloven dat we alleen gezamenlijk, op stedelijk niveau, onze ambities behalen. Daarom blijft KOOS inzetten op de intensivering van de samenwerking op stedelijke opgaven: het jonge kind, onderwijs & zorg, Wel Thuis en veiligheid. We willen samen blijven leren, aangezien de opgaven vragen om lef, kunde en daadkracht.

KOOS
verstevigt

Samen met onze partners in de stad vormen we een stevig netwerk waarbinnen we elkaar steeds beter weten te vinden. We hebben onze plek in de wijk en buurt verankerd. We werken aan de tweebenigheid van onze professionals, in nauwe samenwerking met de initiatiefnemende organisaties van KOOS. We verfijnen gezamenlijk onze netwerkstructuur op de ontwikkeling die we doormaken. We behouden ons scherpe oog voor kwaliteit.

KOOS
leert

Samen met de gezinnen, de buurtteams en andere partners groeien wij in onze aanvullende rol. Daarin vinden we steeds meer scherpte: waar zijn wij wel en niet van. We investeren in passende, vakinhoudelijke doorontwikkeling van onze professionals. Schaarste op de arbeidsmarkt en in financiële middelen tegenover een groeiende vraag naar mate van inzet dwingt ons tot creativiteit. We gebruiken innovatie als vliegwiel om vorm te geven aan de jeugdhulp van morgen. Daarnaast participeren we in meerdere onderzoeks- en innovatieprojecten met diverse samenwerkingspartners om onze krachten hierin te bundelen.

KOOS in cijfers

Wij helpen

1778

cliënten

Wij zijn met

150

professionals

En bieden ook:

1778

januari

1734

december

2

Piog’s/
GZ opleidingsplekken

2

werkervarings
plekken

7

Stage
plekken

De meeste verwijzingen komen via huisartsen en buurtteams

Wil je meer cijfers bekijken?

Hier zijn we trots op

KOOS laat zich inspireren

Bij KOOS laten we ons graag inspireren door interessante bronnen. Ontdek wat ons afgelopen jaar heeft geprikkeld!

Stuurloos

Albert-Jan Kruiter

“Werkelijk iedere prikkel die jij als burger kunt krijgen werkt individualiserend. Nergens in het systeem zit een collectiviserende prikkel. Wat we nodig hebben als je zelfredzaamheid wil en minder zorgvraag, zijn nieuwe collectieven.”

Van individueel naar inclusief onderwijs

Bert Wienen

Hoe breng je inclusief onderwijs dichterbij in een samenleving die steeds verder psychologiseert? Bert Wienen houdt in zijn boek een kritisch pleidooi tegen het benadrukken van mentale kwetsbaarheid en het bevorderen van veerkracht als politieke oplossing daarvoor. De focus is te veel komen te liggen op het individuele kind waardoor de belangrijke vraag ‘wat kunnen wij als context doen?’ te weinig wordt gesteld.

Jongeren en hun mentale gezondheid: wat proberen ze ons te vertellen?

Anita Kraak

Als we de mentale gezondheid van jongeren willen bevorderen, schieten we tekort wanneer we focussen op het individueel aanpakken van ziekten en risicofactoren. Echte winst is te behalen buiten de gezondheidszorg: door wat wij vanzelfsprekend vinden, continu ter discussie te stellen.

Kan de jeugdzorg veranderen

Tom van Yperen

Hoe komt het dat de jeugdzorg al decennialang worstelt met dezelfde problemen? Kan de jeugdzorg eigenlijk wel veranderen? Op die vragen zoekt Van Yperen antwoord. Hij is kritisch, maar hoopvol.

Sociaal werk kan niet zonder collectieve hulpverlening

Lilian Linders

Sociaal werk kan niet zonder collectieve aanpak. Lilian Linders onderzoekt de opkomst van wijkteams en constateert een opvallend gebrek aan collectieve benaderingen. In een tijd waarin individuele aanpakken de boventoon voeren, pleit Linders voor een terugkeer naar de essentie van sociaal werk: samenwerking.

De mentale-gezondheidscrisis is een taalcrisis

Lena Bril

De mentale gezondheidscrisis is mede een taalcrisis. Problemen en worstelingen horen bij het leven. Begrijpen en uiten van jezelf kun je leren, taal kan hierbij helpen. Lees hier het artikel dat is verschenen in de NRC

Denk- en doekader:
de beeldvormingsfase

In 2023 is na een intensief project ons denk- en doekader tot stand gekomen. Dit is ons houvast in hoe we werken. Onze waarden staan hierin, maar ook ons werkproces staat hier volledig in uitgewerkt. We nemen kinderen, jongeren en ouders mee in het traject bij KOOS  op basis van de metafoor van een boot. Op die boot vaart KOOS een tijdje met je mee, waarna je weer zelfstandig verder kan. Op die boot zijn de verschillende onderdelen van een traject bij KOOS zichtbaar. Een onderdeel daarvan is de beeldvormingsfase.

Visie op beeldvorming

(Psycho)diagnostisch onderzoek doen we bij KOOS om bepaald gedrag of gedragspatronen van gezinnen en kinderen beter te begrijpen. We vormen een beeld van het gezin en van de verschillende factoren die hierbij meespelen. We spreken daarom liever van beeldvorming dan van diagnostisch onderzoek. Het doel daarvan is dat duidelijker wordt wat het gezin nodig heeft om uiteindelijk met zo min mogelijk hulpverlening weer verder te kunnen. Iedereen is uniek. Maar weinig mensen passen precies in een hokje. We gebruiken daarom ook liever geen (DSM-)classificaties als het niet nodig is. Soms kan het wel nuttig zijn om iets waar je last van hebt (of gedrag dat je bij een kind ziet) een naam te geven, maar het zegt niets over de oorzaak van het gevoel of gedrag en het betekent ook niet dat je ziek bent. We blijven dus ook in de stappen hierna bij KOOS en in ons advies oog houden voor de omgeving, situatie, levensfase en belangrijke gebeurtenissen.